
Het gedrag van cavia's is kenmerkend voor de diersoort. Van nature leven ze in groepen in laag bergland in grasachtige gebieden. Het zijn geen echte knaagdieren en ook geen gravers. Bij gevaar gaan ze in dekking of verplaatsen ze zich snel lopend.
Het zijn sociale dieren en binnen de groep waarin ze leven heerst een bepaalde rangorde, ongeveer zoals de pikorde bij kippen. Langharige cavia's worden door hun lange haar meestal wat in hun gezichtsvermogen beperkt. Als het haar rond de kop te lang wordt moet je dat eigenlijk wat wegknippen.
Cavia kan niet springen en graven
Cavia's kunnen niet graven. In tegenstelling tot konijnen leven ze in het wild niet in holen, maar bij voorkeur tussen bestaande spleten en kleine openingen in het terrein. Ook gedragen ze zich als hazen door zich in een leger te verschuilen of te slapen. Ook kunnen ze nauwelijks springen. Ze verplaatsen zich door snel heen en weer te lopen.
Caviacommunicatie
Ze communiceren onderling door een veelheid van geluiden die elk hun eigen betekenis hebben. Deze 'taal' bestaat hoofdzakelijk uit 'fluiten', piepen, grommen en tandengeknars. Als je wat langer cavia's houdt weet je bijvoorbeeld dat als je ze gaat voeren, ze een bepaald, kenmerkend, geluid maken. Zo zullen je al fluitend begroeten en maken de mannetjes, die beren worden genoemd, een kenmerkend geluid als ze achter de vrouwtjes (zeugjes) aan gaan. Zo kennen ze een heel scala van geluiden tussen alarm en een gevoel van welbevinden. Ook als ze zich op hun gemak voelen laten ze dat door een speciaal geluid weten. En cavia's babbelen wat af!
Cavia's laten zich niet makkelijk opvoeden of trainen. Ze zijn bijvoorbeeld ook niet zindelijk te maken. Hun intelligentie onderling is wel goed, maar naar mensen toe schieten ze daarin tekort. In ieder geval missen ze het vermogen om dingen te leren. Ze herkennen hun verzorger/ster meer op het geluid en gedrag dan op het zicht. Maar verder zijn het vooral gewoontedieren die graag dingen op bepaalde tijden doen of laten.
© Hans L. Schippers