Voor cavia's is ascorbinezuur, beter bekend als vitamine C, onmisbaar! Om gezond te kunnen blijven moet hiervan voldoende van in het voer aanwezig zijn en opgenomen worden. Gebrek aan vitamine C leidt altijd tot problemen.
Mensen, apen en cavia's kunnen vitamine C niet zelf in hun lichaam aanmaken. Ze zijn sterk afhankelijk van de minimale hoeveelheid die ervan in de voeding moet zitten. Een bekend verhaal is dat zeelieden in vroeger tijdens hun lange zeereizen de gebreksziekte scheurbuik kregen als gevolg van een gebrek aan vitamine C. Een tekort aan vers voedsel, met daarin deze belangrijke vitamine, was daarvan de oorzaak.
Zorg voor afwisselend caviavoer
Beginnende cavialiefhebbers/fokkers kampen nogal eens met dit probleem, dat dan veroorzaakt wordt door een onjuiste of eenzijdige voeding. Alléén gemengd konijnenvoer op het menu is nu eenmaal onvoldoende voor een cavia. Zelfs met een merkloos 'caviavoer' loop je al risico en de cavia eet alléén dat wat hij of zij lekker vindt. Een caviarantsoen moet zeer afwisselend zijn en daarom moet een cavia eerst het voerbakje goed leeg eten, voordat er nieuw voer wordt gegeven.
Wat zijn vitaminen?
Vitaminen zijn organische, werkzame stoffen, die in kleine hoeveelheden aanwezig moeten zijn in de voeding. Voor de instandhouding van het dier en een goede stofwisseling zijn vitaminen onmisbaar. Bij gebrek eraan of het ontbreken treden er verschijnselen op die we gebreks- of met een deftig woord deficiëntieziekten noemen.
De term a-vitaminose wordt hiervoor ook wel gebruikt. Bij hypo-vitaminose is er sprake van een teveel aan bepaalde vitaminen. Ook dat kan soms niet goed zijn. Zeker waar het de in vet oplosbare vitamine A, D, E en K betreft. Een overschot aan deze vitamine wordt namelijk in het lichaamsvet opgeslagen. Als deze 'voedselreserve' in noodgevallen wordt aangesproken kunnen er (te) grote hoeveelheden vitaminen in het bloed terechtkomen, waar het de juiste stofwisselingsbalans kan verstoren.
Vitamine C - maar ook het B-complex - is in water oplosbare stof en wordt via het bloed door het lichaam vervoerd. Een overschot hieraan wordt via de nieren uitgescheiden. In tegenstelling tot de in vet oplosbare vitaminen kan vitamine C (en B) niet langdurig en in ruime hoeveelheden in het lichaam worden opgeslagen. Daarom kan er al snel een gebrek optreden, zeker als de voeding er weinig van bevat.
Verschijnselen bij gebrek
Nadat ongeveer twee tot vier weken vitamine C uit de voeding wordt weggelaten, kunnen de eerste verschijnselen van gebrek worden waargenomen. Bij een structureel te laag vitamine C gehalte in de voeding, zullen deze verschijnselen wat geleidelijker verlopen.
Het is bekend dat plotselinge veranderingen, een verhuizing of stress een slechte invloed hebben op de benutting van vitamine C. Bij gebrek aan deze vitamine zullen de dieren vermageren, snel hun tot dan toe goede conditie verliezen en moeilijk gaan lopen. Ook liggen ze wat meer op hun zijkant om het achterlijf en -poten te ontlasten. Het haar gaat rechter op de huid staan en de ogen verliezen hun glans. Als gevolg van zwellingen in de gewrichten kan het achterstel zodanig worden aangetast dat het verstijft en de dieren een 'huppelende' gang vertonen. De voortplanting verloopt niet normaal en zwangerschappen kunnen uitblijven.
Jonge dieren groeien slecht en kunnen problemen met de huid en pels krijgen. Er ontstaan spoedig inwendige bloedinkjes, onder andere aan de slijmvliezen, waardoor bloedarmoede kan optreden. Typische verschijnselen zijn verder ontstoken tandvlees en het los gaan zitten van de tanden en kiezen. Tenslotte wordt dit gevolgd door de dood. Plotselinge sterfte onder hoogdrachtige zeugjes of de geboorte van dode en zwakke jongen kan optreden. Verder komen er nog wel eens darmontstekingen, diarree en ademhalingsproblemen voor, maar deze zijn moeilijker vast te stellen dan alléén als een gevolg van vitamine C-gebrek.
Gebrek en oorzaken
Uit onderzoek is bekend dat cavia's die elke dag een beetje vitaminen krijgen gezonder blijven dan cavia's die dat eens per week krijgen. Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen die ertoe leiden dat ze gebreksziekten krijgen.
Tekorten kunnen allereerst worden veroorzaakt door fouten in de voeding. Te eenzijdig voer, zoals bijvoorbeeld alléén gemengd konijnen- of knaagdierenvoer dat verstrekt wordt, onvoldoende of onjuist groenvoer, te oud of verkeerd warm en vochtig bewaard en daardoor te weinig vitaminerijke caviakorrels zijn daarvan bekende voorbeelden. Andere oorzaken zijn een verminderde eetlust door of tijdens ziekte of problemen met het gebit, waardoor te weinig afwisselend gegeten wordt.
Als bekend is wat de behoefte is, kan ook berekend worden hoeveel vitaminen met het voedsel moeten worden opgenomen om tot een verantwoord rantsoen te komen. Dat kan o.a. met hulp van de voersamenstellinglabels van de voeders. Naast het gehalte droge stof (ds), ruw vet (rv) ruw eiwit (re) ruwe celstof (rc) en an-organische stof (as) worden ook de vitaminegehaltes vermeld. Gewone knaagdierenvoer bevat vrijwel altijd te weinig vitamine C voor cavia's, maar in de meer speciale voeders wordt dit extra toegevoegd.
De extra toevoeging aan vitaminen komt ook veel voor bij voer speciaal bestemd voor chinchilla's en voor jonge konijnen. Nog een belangrijke tip: je kunt beter regelmatig vers voer in kleinere hoeveelheden kopen dan een flinke voorraad te bewaren omdat na ongeveer drie maanden de vitaminewaarden sterk teruglopen. Om dezelfde reden bewaar je het voer koel en droog.