
Voordat je op zoek gaat naar een tweede konijn moet er een tijdelijke tweede kooi (in huis) komen. Het beste kunnen de twee kooien op een neutrale plek naast elkaar geplaatst worden. Onder een neutrale plek wordt verstaan een plek in huis waar je eigen konijn nog nooit is geweest en waardoor hij/zij dus ook geen territoriaal gedrag zal ontwikkelen ten opzichte van het nieuwe konijn. Omdat koppelen stress kan geven is het van belang dat beide konijnen gezond zijn.
Kennismaken met het nieuwe konijn
Om de kans van slagen zo groot mogelijk te maken, kun je het beste je konijn meenemen (naar asiel of particulier) als je een maatje gaat zoeken. De dieren kunnen dan eerst in een ren kennismaken en dan blijkt al snel of het wel of niet klikt. In een asiel kun je verschillende combinaties uitproberen.
Konijnen die onverschillig doen en elkaar de rug toedraaien, vertrouwen elkaar. Dit kan een goede combinatie worden. Konijnen die elkaar nieuwsgierig besnuffelen met de oren naar voren vinden elkaar ook wel leuk. Gaan de oren echter naar achteren en het staartje omhoog, dan vertrouwen ze elkaar niet. Wees dan alert om in te grijpen en ze te scheiden als het fout gaat. Vliegen ze elkaar onmiddellijk aan, dan is dit geen goede combinatie, onmiddellijk scheiden is geboden.
Het koppelen van de konijnen
Nu je konijn een geschikt maatje heeft uitgezocht, kan het koppelen thuis gaan beginnen. De ontmoeting thuis zal bij elk konijn verschillend verlopen. Het eigen konijn zal een nieuw konijn in huis toch vreemd vinden. Er kan dus gevochten worden om zijn positie in huis te behouden. Ook onverschillig gedrag en weldra elkaar wassen is een mogelijkheid. Het laatste is natuurlijk het mooist.
Laat thuisgekomen de konijnen niet loslopen, maar laat ze eerst in een kooi verder aan elkaar wennen. Zet de kooien met iets tussenruimte naast elkaar, zodat de dieren elkaar niet door de tralies heen kunnen bijten, en zet ze verhoogd. Geef het voer zo dicht mogelijk bij de andere kooi, zo zijn de dieren verplicht sociaal gedrag te vertonen door dicht bij elkaar te eten. Laat de konijnen elke dag van kooi verwisselen, zodat ze leren in elkaars lucht te leven. Na een paar dagen kan het echte koppelen beginnen.
Neutrale plek koppelen
De koppeling vindt plaats in een kleine, neutrale en zoveel mogelijk lege ruimte (circa 2 bij 3 meter), er mogen geen obstakels zijn waar de konijnen in, achter of onder kunnen schieten. In het midden staat een kartonnen doos, waar de konijnen omheen kunnen lopen, om even uit elkaars gezichtsveld te verdwijnen indien nodig.
Neemt een konijn een dreigende houding aan (oren schuin naar achteren, staartje omhoog) duw het dan weg terwijl je rustig praat. Een gevecht moet te allen tijde voorkomen worden, de dieren moeten een goede herinnering aan hun samenzijn hebben.
Protocols bij koppelen konijnen
-Begint het ene konijn te rijden en laat de ander dat toe, dan kun je dat even laten begaan. Duurt het te lang of gebeurt het te vaak, leid het konijn door aaien dan van het rijden af en duw het zachtjes opzij. Verbied het niet helemaal want het rijden is belangrijk omdat hiermee in de konijnenwereld de dominantie wordt bepaald. Rijdt het konijn op de kop van de ander, dan kan het andere konijn in de geslachtsdelen bijten, wees hierop alert! Duw het rijdende konijn weg.
-Wil het andere konijn niet bereden worden en rent het weg, leid dan het andere konijn met aaien af.
-Wil het ene konijn rijden en draait het andere konijn zich om en wil het vechten, scheid de dieren dan en laat ze, met gaas gescheiden en vrij lopend, nog een paar dagen verder kennismaken.
-Als de konijnen door het gaas nieuwsgierig naar elkaar doen, kun je ze na een paar dagen weer bij elkaar zetten. Een achtervolging waarbij wat plukjes haar loskomen kun je toelaten. Draaien de konijnen echter om elkaar heen en vechten ze al trappend naar elkaars buik, dan moeten ze direct gescheiden worden, en dan kun je deze combinatie vergeten. Je zult op zoek moeten gaan naar een ander maatje voor je konijn.
- Als het goed gaat met de twee konijnen kunnen ze, afhankelijk van de situatie, 5 tot 15 minuten samen los lopen. Liggen ze relaxt in elkaars aanwezigheid, dan kun je ze langer bij elkaar laten. Is er achterdocht en daarmee risico op vechten dan kan het nodig zijn de konijnen slechts 2 minuten bij elkaar te laten. Geef ze niet de kans om te gaan vechten maar zet ze snel weer apart. Hiermee kweek je een goede niet-vecht herinnering en gaan de konijnen elkaar vertrouwen.
- Het is het beste in de koppelperiode dagelijks 1-2 maal de konijnen bij elkaar te zetten. Laat geen van beide konijnen loslopen, tenzij ze samen op een neutrale plek zijn. Hiermee leren ze dat ze alleen maar vrij mogen lopen in elkaars gezelschap. Geef ze in het midden van de ruimte een bergje hooi waar ze samen van kunnen eten.
- Verloopt de koppeling goed, dan kun je de konijnen steeds langer samen laten en hun loopruimte gaan vergroten.
Samenwonen konijnen
Het is niet aan te raden om de konijnen al snel samen in een dichte kooi te zetten.Veel konijnen zijn de beste vrienden maar willen toch altijd een eigen plekje, en willen de kooi niet delen. De meeste gevechten ontstaan dan ook in een dichte kooi of dicht hok. Net zoals bij mensen gebeurt, ontstaan tussen konijnen ook irritaties en op die momenten moeten ze elkaar even kunnen ontlopen. Laat ze samen vrij lopen maar geef ze allebei een eigen kooi. Laat ze pas samen wonen (in de grootste maat kooi!) wanneer je ziet dat ze vaak bij elkaar in een kooi kruipen omdat ze daar zelf voor kiezen. Geef ze ook dan de mogelijkheid vrij in en uit de kooi te gaan, desnoods door middel van een rennetje rond de kooi als je niet wilt dat ze steeds door de hele kamer lopen.
© Maryo van den Berg