
Aangenomen wordt dat 34 families van meervallen gezamenlijk de orde van de Siluriformes vormen. In de regel zijn het voornamelijk bodemvissen. Meervallen zijn in alle werelddelen te vinden, maar veruit de meeste soorten leven in Zuid-Amerika. In het algemeen zijn meervallen zoetwatervissen, er bestaan echter ook soorten die in zee voorkomen. Voorbeelden van bekende meervalsoorten in de aquaristiek zijn voorhoofdsmeervallen (Auchenoglanis occidentalis), doornmeervallen (Doradidae) en narnasmeervallen (Loricariidae).
Ondanks alle verschillen in grootte, vorm en gedrag zijn meervallen als groep toch heel gemakkelijk te herkennen, omdat ze allemaal in het bezit zijn van baarddraden. Deze sprietige tastorganen zijn meestal in vier paren aanwezig: één paar op de kop, één paar op de bovenlip en twee paren aan de kin. Niet alle vissoorten met baarddraden zijn echter ook meervallen. Het is goed om te letten op de vetvin die veel meervalsoorten bezitten. Een uitzondering hierop is de in veel aquaria gehouden Indische glasmeerval (Kryptopterus bicirrhis).
Meervallen bezitten verder een dubbele rugvinstekel. De eerste stekel van elk paar is soms nauwelijks met het blote oog te zien. De tweede stekel kan door de eerste stekel in opgerichte positie vastgezet worden en is heel krachtig ontwikkeld. De borstvinstekels zijn bij sommige soorten giftig, zoals bij bepaalde leden van het geslacht koraalmeervallen, de Plotosus. De stekels worden enkel ingezet ter verdediging, niet als hulpmiddel om voedsel te vergaren. Ten slotte hebben meervallen vaak nog langere stekels in de andere vinnen en een bepantsering van harde beenplaten (scuta) in de huid in plaats van schubben. Al deze eigenschappen opgeteld maken van de meerval geen gemakkelijke prooi voor roofdieren.
Bij het determineren van de soort wordt ook gekeken naar het skelet van dode dieren. Gelet wordt op de aanwezigheid van het 'orgaan van Weber': een eigenaardige beenstructuur die de zwemblaas met het inwendige oor verbindt. Het geeft veranderingen van het zwemblaasvolume door aan het inwendige oor en zorgt er tevens voor dat geluiden versterkt worden. Hierdoor kunnen meervallen, in combinatie met het gebruik van de baarddraden, in troebel water leven en goed navigeren.
De grootteverschillen bij meervallen zijn enorm. Aan de ene kant zijn er de echte reuzen zoals de inheemse meerval (Silurus glanis), die drie meter lang kan worden. Aan de andere kant van de schaal vinden we de echte dwergen uit de familie Scoloplacidae met een maximale lengte van veertien millimeter. Veel meervallen zijn qua kleur niet bijzonder opvallend; er komen met name veel bruintinten voor. Toch geldt dit niet voor alle soorten. Sommige meervallen zijn metaalachtig zoals de smaragdpantsermeerval (Brochis splendens), zwart-wit gestreept zoals de zebraharnasmeerval (Hypancistrus zebra), of geheel doorzichtig zoals de glasmeerval.
Het kweken van meervallen is niet gemakkelijk en het voortplantingsgedrag verschilt per soort. Sommige soorten maken een nest in de bodem of fabriceren een schuimnest, andere zetten hun eieren af tussen bladeren en weer andere zijn muilbroeders. Sommige soorten, zoals de Indische kieuwzakmeerval (Heteropneustes fossilis), vertonen broedzorg.
De meeste meervalsoorten zijn alleseters hoewel sommige soorten zich gespecialiseerd hebben tot algeneters. De harnasmeerval, een soort die vaak in aquaria wordt gehouden, eet behalve algen ook sla. Sommige soorten, zoals de Mochokiella paynei, geven de voorkeur aan levend voer. Veel meervalsoorten kunnen in aquaria met andere vissoorten gehouden worden. De temperatuur van het water moet voor de meeste soorten tussen de 20° en 25° Celsius zijn. Belangrijk qua inrichting is de aanwezigheid van veel planten waartussen de vissen zich kunnen verschuilen.
Bij het hanteren van meervallen is enige voorzichtigheid geboden, aangezien de vinnen gevaarlijk kunnen zijn. Wanneer een meerval zich bedreigd voelt, zet hij zijn achterste stekel op. Opvallend is ook het knorrende geluid dat sommige meervallen, zoals de tweekleurige braadpanmeerval (Dysichthys coracoideus) kunnen maken. Ze doen dit met behulp van een speciale spier die een trilling in de zwemblaas kan opwekken.
Meer weten? Lees Aquariumencylopedie van John Dawes.
© Tirion Uitgevers BV