
Als aquariumvissen voorzien worden van de juiste voeding en leefomgeving, zullen veel soorten zich vroeg of laat voortplanten. Niet alle soorten zijn echter eenvoudig te kweken en het succesvol grootbrengen van de jongen vergt soms een gedegen kennis van zaken.
In de beperkte ruimte van een aquarium is er in het algemeen weinig kans dat het jongbroed tot volle wasdom komt. Zelfs vissen die broedzorg vertonen en dus hun legsel en jongen beschermen, slagen er in een gezelschapsbak meestal niet in om een heel nest groot te brengen. Overigens vertonen broedverzorgende soorten in de paartijd en de broedtijd gewoonlijk een versterkte territoriumdrift en kunnen daarmee de anders zo vredige vissengemeenschap danig verstoren.
Op basis van hun voortplantingswijze kunnen aquariumvissen in twee hoofdgroepen worden ingedeeld: eierleggende (ovivare) vissen en levendbarende (vivipare) vissen. Bij levendbarende vinden de bevruchting en het uitkomen van de eieren inwendig plaats. De jongen worden vervolgens levend gebaard. De eierleggende vissen hebben als kenmerk dat ze eieren en sperma in het water uitstoten waardoor de bevruchting tot stand komt.
De verschillende soorten eierleggers hanteren uiteenlopende voortplantingsstrategieën:
De vrijlegger
Deze soorten strooien hun talrijke eieren lukraak rond. De eieren zijn meestal transparant en kleverig. Ouderdieren vertonen geen enkele vorm van broedzorg; sommige eten zelfs hun eigen broedsel op. De kweekbak dient ingericht te worden met flinke bossen fijnbladerige planten en veel zwemruimte.
De substraatbroeder
Zij leggen hun eieren op plaatsen waar ze goed verborgen liggen. Het is van de soort afhankelijk waar de voorkeur voor verstopplaatsen naar uitgaat. De kweekbak dient hiervoor ingericht te zijn. Soorten die hun eieren in de bodem verstoppen hebben bijvoorbeeld een kweekbak met fijn bodemsubstraat nodig. Substraatbroeders vertonen vaak broedzorg.
De muilbroeders
De eieren worden in de bek van de ouders uitgebroed. Na het uitkomen keren de jonge visjes doorgaans nog geregeld naar deze veilige schuilplek terug. De meeste muilbroeders claimen een eigen territorium. Goede schuilplaatsen zijn van belang om de vissen tot voortplanting te brengen.
De nestbouwers
Er wordt al gesproken van nestbouwers zodra een soort kuiltjes maakt om de eieren in te leggen. Veel labyrintvissen bouwen een schuimnest onder de waterspiegel of onder een groot plantenblad. Voor de schuimnestbouwers moet de kweekbak zo weinig mogelijk waterbeweging bevatten; de lucht boven het aquarium moet vochtig zijn.
De eierdragers
Hiertoe worden de soorten gerekend die de eieren aan hun lichaam dragen. Er hoeven geen speciale voorzieningen te komen in de kweekbak, behalve goede schuilplaatsen voor de jonge visjes.
Meer weten? Lees Het ideale aquarium van Jeremy Gay.
© Tirion Uitgevers BV